CrossOvernieuws
Meer jonggehandicapten aan het werk
Als er niets verandert, telt Nederland in 2040 meer dan 400.000 Wajong-uitkeringsgerechtigden. Van dat vooruitzicht wordt niemand vrolijk. TNO analyseert de oorzaken van de explosieve toename van het aantal uitkeringsgerechtigden en denkt mee over oplossingen. Senior onderzoeker Jan Besseling zet in op preventie: 'We moeten voorkomen dat zoveel mensen in de regeling terechtkomen.'
Soms lijkt een uitkering een veilige, aantrekkelijke optie. Maar wie eenmaal in de Wajong-regeling zit, komt er bijna niet meer uit. 'Een Wajong-stempel lijkt je mogelijkheden op de arbeidsmarkt te beperken. En een leven lang afhankelijk zijn van een uitkering, is geen aanlokkelijk vooruitzicht', zegt Jan Besseling. Samen met Saskia Andriessen bestudeert hij het Wajong-probleem. 'In ruim 10 jaar tijd is het aantal jaarlijkse uitkeringstoekenningen gestegen van 4.000 naar 18.000 in 2009. Dat blijkt uit gegevens van UWV.' In 2004 was TNO al penvoerder voor het advies van de Commissie het Werkend Perspectief aan toenmalig minister De Geus over dit onderwerp. Daarna was de TNO betrokken bij het kenniscentrum CrossOver, dat de arbeidsparticipatie van jong gehandicapten wil verhogen. Ook verrichtten Besseling en Andriessen beleidsvoorbereidend onderzoek voor minister Donner over de Wajong Werkregeling van 2010. En recent deden ze onderzoek naar risicofactoren die de instroom verklaren.
Wajong Risicomodel
'De groei van de Wajong staat niet op zichzelf. Ook het speciaal onderwijs, de Jeugdzorg en jeugd-ggz dijen uit', aldus Besseling. 'Maar de jeugd wordt niet ongezonder. Wat verklaart dan de groei? De aanzuigende werking van de regeling? De hogere eisen op de arbeidsmarkt en in het regulier onderwijs? Logische verklaringen, maar lastig te onderbouwen.' TNO bracht, samen met de Argumentenfabriek, in kaart welke factoren een rol spelen in de aanloop naar de Wajong-aanvraag. Dat leidde tot het Wajong Risicomodel. 'Naast de beperkingen van de jongeren, spelen de ouders en de directe omgeving een belangrijke rol', zegt Besseling. 'Ouders denken op safe te spelen door hun kind richting de uitkering te sturen. Ze denken - met de beste bedoelingen - in beperkingen, in plaats van in mogelijkheden. Ze halen niet het maximale uit hun kind.' Ook het speciaal onderwijs - een aantal scholen daargelaten - ontbeert een echte arbeidsmarktoriëntatie. De helft van de uitstromers belandt in de Wajong.
Vroegsignalering en preventie
Het risicomodel is samengevat in een Factorenkaart en besproken tijdens een expert meeting onder leiding van Simone Buitendijk van TNO. Een uitgelezen gezelschap uit onderzoek, beleid, onderwijs en uitvoering bezocht de meeting. Belangrijk, aangezien het een multidisciplinair vraagstuk betreft. Men was het erover eens dat vroegsignalering en preventie belangrijk zijn. Versterking van het basisonderwijs moet ertoe leiden dat minder kinderen naar het speciaal onderwijs gaan. Het speciaal onderwijs moet jongeren nadrukkelijk voorbereiden op de arbeidsmarkt. En komen de jongeren dan toch in de Wajong terecht, dan moet het makkelijker worden om er weer uit te komen. De overheid zet hiervoor verschillende instrumenten in. Ook de nieuwe Wajong Werkregeling prikkelt de jongeren om hun arbeidsmogelijkheden maximaal te benutten. TNO wil kijken of een interventie in het speciaal onderwijs ertoe leidt dat de arbeidsparticipatie stijgt. Gesprekken hierover zijn momenteel gaande. Wordt dus vervolgd.
Bron: TNO

