CrossOvernieuws
24.06.09
Onbekendheid hindert heldere wet
De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) is een duidelijke en uitvoerbare wet. De individuele rechtsbescherming van gehandicapten en chronisch zieken is erop vooruit gegaan na de invoering van de Wgbh/cz.
Hoewel de wet ervan uitgaat dat werknemers, leerlingen en studenten zelf in actie komen om bij discriminatie in arbeid of beroepsonderwijs hun rechten op te eisen, gebeurt dat niet al te vaak. Het feit dat de wet alleen geldt voor arbeid en beroepsonderwijs leidt tot misverstanden en teleurstelling bij de doelgroep over het nut van klachtenprocedures.
Deze uitkomsten blijken uit het evaluatierapport Beperkingen, recht en gelijkheid dat staatssecretaris Bussemaker dinsdagmiddag 23 juni in ontvangst nam van het Verwey-Jonker Instituut. Het instituut evalueerde de werking van de wet in opdracht van het ministerie van VWS. Eind 2003 trad de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz) in werking voor de terreinen arbeid en beroepsonderwijs. De wet beoogt door individuele rechtsbescherming van chronisch zieken en gehandicapten de gelijke behandeling van deze groepen te bevorderen en discriminatie tegen te gaan.
Eenduidige en uitvoerbare wet
Het evaluatieonderzoek laat zien dat de Wgbh/cz helder, eenduidig en uitvoerbaar is in juridische zin. De individuele rechtsbescherming van gehandicapten en chronisch zieken is erop vooruit gegaan: werkgevers en onderwijsinstellingen zijn in redelijkheid verplicht tot het treffen van doeltreffende aanpassingen.
Onvoldoende bekendheid en misverstanden
Het blijkt dat individuele burgers minder bekend zijn met het bestaan en de doelstelling van de Wgbh/cz dan (het management van) instellingen en organisaties. Hoe dichter op de werk- en studievloer, hoe minder bekend de wet is. Verder vragen burgers vaak om aanpassingen voor bijvoorbeeld de toegankelijkheid van het openbaar vervoer, goederen en diensten en het primair onderwijs, terwijl de wet tot 1 maart 2009 alleen gold voor beroepsonderwijs en arbeid. Tussen 2003 en 2008 hebben diverse mensen tevergeefs een beroep op de wet gedaan omdat zij dachten dat de wet ook op meer terreinen toepasbaar was. Meer bekendheid verdient het van toepassing zijn van de Wgbh/cz:
- op discriminatie op grond van vermeende handicaps en chronische ziekte.
- op de toegankelijkheid van stages.
- op aanpassingen op de werkvloer, maar ook voor de sollicitatieprocedure.
Verder heerst het beeld dat de wet de administratieve last verzwaart van werkgevers en onderwijsinstellingen, maar voor de financiële kant van de zaak bestaan diverse compensatieregelingen.
In de schaduw van de wet
In de schaduw van de wet hebben hogescholen en universiteiten het meeste werk gemaakt van het verbeteren van de individuele en structurele toegankelijkheid van het onderwijs voor chronisch zieken en gehandicapten. Het mbo volgt, sinds de Leerling Gebonden Financiering per 1 januari 2006 ook daar van toepassing is. Bij de ROCs is het beeld zeer wisselend. Op het terrein van de arbeid lijkt het gelijke behandelingsgedachtegoed minder aantoonbaar en minder concreet ingang gevonden te hebben dan bij het beroepsonderwijs.
Weinig discussie
Een andere uitkomst is dat de wet nauwelijks heeft geleid tot discussie: niet binnen de kring van de wet en de rechtspraktijk, en ook niet in de media en de samenleving. Buiten de direct betrokkenen die zaken aanspannen is er weinig debat over de oordelen van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB). De onderzoekers menen dat belangenorganisaties meer de aandacht kunnen vestigen op uitspraken van de CGB. Ze stellen dat er met de wet enige vooruitgang is geboekt, maar dat meer bekendheid over de Wgbh/cz voor betere en concretere resultaten kan zorgen.
bron: http://www.verwey-jonker.nl
Lees ook: Wet gelijke behandeling moet meer bekend worden (Leefwijzer)

