CrossOvernieuws
05.06.09
Probleemjongeren komen moeilijk aan werk
Jongeren met stoornissen verdienen meer kansen. Steeds meer jongeren krijgen op vroege leeftijd een psychiatrisch etiket, dat hen later in de weg kan zitten.
Want jongeren met een ontwikkelings- en gedragsstoornis vinden heel moeilijk een baan. De SER bereidt op verzoek van minister Rouvoet een advies voor om probleemjongeren meer kansen te geven op de arbeidsmarkt.
Steeds meer jongeren hebben gedrags- of ontwikkelingsstoornissen. Het gaat om zon 600.000 jongeren onder de 23 jaar. Deze groep is veel groter dan de bekende groep Wajongers: jongeren die vanwege een handicap een uitkering krijgen. En dat waren er in december 2007 al 167.000.
In het najaar van 2007 heeft de SER het advies Meedoen zonder beperkingen uitgebracht, over het verbeteren van de participatiemogelijkheden van Wajongers. Op verzoek van minister Rouvoet van Jeugd en Gezin brengt de SER komend najaar een advies uit over de veel grotere groep jongeren met gedrags- en ontwikkelingsstoornissen en hun voorbereiding op participatie op de arbeidsmarkt.
Een belangrijke vraag daarbij is in hoeverre jongeren eigenlijk onnodig gemedicaliseerd worden. Velen van hen komen in aanraking met meerdere instituties op het gebied van jeugdzorg, justitiële jeugdinrichtingen, ggz, verslavingszorg en jeugdgezondheidszorg. Het woud van instellingen, regelingen en bekostigingsstructuren is bijzonder onoverzichtelijk. Dat zou een deel van het probleem kunnen zijn.
Wij zien de groep jongeren met ontwikkelingsstoornissen groeien, zegt Ed Berendsen van Kenniscentrum UWV. Als we naar de instroom van nieuwe Wajongers kijken, zit de grootste toename bij de jongeren met een verstandelijke beperking. Deze toename gaat gelijk op met de groei van het aantal leerlingen in het praktijkonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs. Daar steeg het aantal leerlingen in deze jaren met 10 of meer procent per jaar.
Oorzaken
Soms ligt de oorzaak van een stoornis in erfelijke factoren of een lichamelijke ziekte, maar omgevings- en opvoedingsfactoren spelen ook een rol. De moeilijkheden beginnen vaak op school. Deze leerlingen hebben baat bij structuur en kleinschaligheid, terwijl scholen steeds groter worden. Veel onderwijs is projectonderwijs, terwijl deze leerlingen het doorgaans beter doen bij klassikaal onderwijs. Bovenden worden scholen afgerekend op resultaten, waardoor ze onder druk staan om zwakke leerlingen door te sturen naar speciale scholen. En dat gebeurt tegenwoordig massaal: 5 procent van de schoolkinderen gaat naar een speciale school. Wie eenmaal in het speciaal onderwijs of praktijkonderwijs zit, heeft een stempel waar hij of zij maar moeilijk van afkomt. Een kind dat speciaal onderwijs volgt, heeft 55 procent kans om in de Wajong te belanden. De vraag waar het SER-advies om draait, is hoe die kans kan worden verkleind.
Hokjes
Wij richten ons op jongeren die voor 100 procent tussen wal en schip vallen, zegt Eric Brederveld, teamleider van een ACT-team in Rotterdam met vijftien personen. ACT staat voor Assertive Community Treatment. Sinds vier jaar spoort het team Rotterdamse jongeren met ernstige psychische en psychiatrische problemen actief op om ze te begeleiden. We werken met ongeveer 150 jongeren tussen de 12 en 23 jaar. Ze zijn crimineel, verslaafd, hebben te maken met porno of pooiers, hebben geen woning, hebben zelf kinderen en vaak schulden.
De lichtere probleemgroepen zijn meisjes met eetstoornissen of angststoornissen die soms al twee jaar vereenzaamd thuiszitten, jongens met internetverslaving en tienermoeders met persoonlijkheidsstoornissen. Het gaat meestal om jongeren die al veel hulpverleners hebben gezien, maar nooit op afspraken verschijnen, waardoor ze uit het systeem raken, zegt Brederveld. De aanpak is concreet en laagdrempelig. We verstrekken medicijnen op straat, halen een meisje dat psychotisch dreigt te raken s ochtends uit bed, begeleiden psychiatrische jongeren bij het huren van een woning.
Sommigen lukt het om hun leven weer op de rails te krijgen. Maar voor probleemjongeren is het erg moeilijk om vervolgens werk te vinden.
Kennisorganisatie TNO doet, op basis van subsidie van UWV, onderzoek op welke manier jongeren met gedragsmoeilijkheden kunnen worden begeleid naar werk. TNO voerde onder meer gesprekken met ruim 230 jongeren met gedragsmoeilijkheden, variërend van ADHD tot psychiatrische stoornissen, en hun jobcoaches. Die jobcoaches houden contact met de sociale omgeving van de jongere, bespreken knelpunten op de werkplek en trainen zonodig in sociale vaardigheden.
Conclusie tot nu toe: een goede jobcoach blijkt cruciaal voor succes op de werkplek. Maar die zijn er onvoldoende.
Het UWV en re-integratieorganisaties willen er daarom meer gaan opleiden en certificeren, zegt Edwin de Vos, projectleider bij TNO. Voor jongeren met een stoornis is praktijkscholing van groot belang. Jongeren vinden vaak werk via een stage. Ze lukraak van buiten bij een werkgever plaatsen, is ontzettend lastig. Hij pleit voor een Deltaplan. Er zouden meer financiële prikkels kunnen komen voor werkgevers om deze jongeren aan te nemen, zoals hogere loonkostensubsidies of zelfs quota. De overheid zou zichzelf jaarlijks streefcijfers kunnen opleggen.
Ik houd van structuur
Sinds mijn achtste weet ik dat ik PDD-NOS heb. Dat is een vorm van autisme, zegt Nikky Braken (21). Daardoor kan ik niet goed tegen een drukke omgeving met veel prikkels.
Voor iemand met PDD-NOS is het ook moeilijk zich in te leven in anderen. Dat kan communicatieproblemen geven. Op zijn zestiende, toen hij beroepsgericht vmbo deed, liep Nikky helemaal vast. Hij werd opgenomen op de crisisopvang vanwege psychische klachten. Ik kreeg problemen met mijn leeftijdsgenoten, werd impulsief en achterdochtig. Daardoor kwam ik in een isolement. Sindsdien gebruikt hij medicijnen en woont hij steeds zelfstandiger in een woongroep van de GGZ.
Nikky werkt nu 24 uur per week als logistiek medewerker bij een transportbedrijf. Hij verzorgt slangen voor bierleidingen en scant artikelen in het magazijn. Het bevalt goed. Wel houd ik van structuur. Soms hoor ik s ochtends opeens dat ik die dag op een andere afdeling moet werken. Dat zou ik liever de dag ervoor al weten, maar zo werkt dat niet in de transport. In een groep, bijvoorbeeld met collegas, kan hij heel stil zijn. Dan ben ik veel aan het denken.
Een jobcoach van Sterk in Werk, een organisatie voor arbeidsintegratie, begeleidt hem. Nikky heeft rijles en wil graag vrachtwagenchauffeur worden, of in de ouderenzorg werken. Mijn opa zat zeven jaar in een verpleeghuis. Ik had heel goed contact met die ouderen.
Je ziet niks aan mij
Sjors (29) werd op zn vijftiende geschept door een brommer. Hij lag tien dagen in coma en verbleef twee maanden in het ziekenhuis. Daarna moest hij opnieuw leren praten en lopen tijdens nog eens vier maanden in een revalidatiecentrum. Helemaal de oude werd hij niet, hij heeft een hersenbeschadiging. Sjors is wat trager in veel dingen en eerder moe. Zijn kortetermijngeheugen werkt minder goed. Hij vindt het moeilijk om anderen te vertellen wat hem mankeert. Veel mensen weten wel wat een coma is, maar niet wat het verder precies inhoudt. Je ziet ook niks aan mij. Dat is fijn, maar ook wel lastig.
Na zijn revalidatie maakte hij de mavo af, deed hij een mbo-opleiding detailhandel en vervolgens een mbo-opleiding systeembeheer. Fulltime werken, eerst als verkoper technische dienst, vervolgens als elektromonteur, bleek te zwaar. Hij valt nu voor 80-100 procent in de Wajong en werkt voor zestien uur per week als assistent-systeembeheerder bij een bedrijf voor reïntegratiediensten. Mijn jobcoach helpt me met allerlei regelingen, want daar heb ik zelf niet zoveel kaas van gegeten. En ik krijg advies over of wat ik wil, ook echt kan.
Sjors wil graag weer meer dan zestien uur per week werken. Wat hij nodig heeft van een toekomstige werkgever? Vooral waardering. En geen tempodruk, want dat werkt averechts bij mij.
Uiteindelijk wil ik eigen baas zijn
Haydar Goksen (19) loopt sinds enkele weken vier dagen per week stage bij een hoveniersbedrijf. Daar legt hij tuinen aan, compleet met zwembaden en jacuzzis. Een dag per week gaat hij naar school. Hij volgt een mbo-opleiding voor teamleider in de logistiek en detailhandel. Daarvoor bezocht hij het bijzonder onderwijs, vanwege leermoeilijkheden. Ik ben in Nederland geboren, maar thuis spraken we Turks en ik praat veel straattaal met vrienden. Daardoor was ik moeilijk te verstaan. Na zn achtste heeft hij vier jaar logopedie gehad.
Haydar is Wajonger en heeft in een reïntegratietraject gezeten. Hij heeft nu een proefplaatsing en werkt met behoud van uitkering. Een jobcoach begeleidt hem. Daar heb ik echt veel aan. Hij kan dingen goed uitleggen in de Nederlandse taal.
Een sollicitatiegesprek ging hem meestal wel goed af, maar het lukte voorheen niet om ergens lang te blijven. Al na drie of vier weken liep het vaak mis. De taal was moeilijk en ik ben erg snel afgeleid. Ik wil alles zien. Als ik een tikje hoor, moet ik meteen kijken wat er aan de hand is. Hij praat regelmatig met iemand van zijn oude school over zijn concentratieproblemen. Hij heeft dezelfde stoornis als ik, waardoor hij me goed begrijpt.
Het werk dat hij nu doet bevalt hem goed, maar hij wil uiteindelijk zijn eigen hoveniersbedrijf gaan opzetten. Eigen baas zijn lijkt hem ideaal.

