CrossOvernieuws
Aandacht voor de maatschappelijke gevolgen van chronisch ziek zijn
Voor mensen met een chronische ziekte of blijvende gezondheidsbeperking is het moeilijker om betaald werk te vinden, zeker wanneer de economie tegen zit en er weinig vacatures zijn. Hebben ze een baan, dan valt het dikwijls zwaar om het werk vol te houden.
Werkdruk heeft bijvoorbeeld meer impact wanneer je je nooit helemaal fit voelt. Veel chronisch zieken ervaren problemen rond hun werk en er is veel onzekerheid bij degenen die een uitkering hebben. Het zou goed zijn als de huisarts tijd heeft om patiënten te vragen hoe het op hun werk gaat. Of hoe het staat met het vinden van een baan. Het project ‘Sterk naar Werk - Ziek en mondig in de eerste lijn’ wilde hier verandering in brengen.
Er was geld om een bedrijfsarts of arbeidsdeskundige aan te stellen in een gezondheidscentrum in de eerste lijn. Het doel was patiënten de hulp te geven die de huisarts niet kan bieden, maar waar zeker behoefte aan is. Een ander doel was om zorg zodanig te verlenen dat patiënten meer weerbaar worden en advies krijgen over hoe ze hun problemen zélf kunnen aanpakken. Bovendien is er veel aandacht voor bevordering van maatschappelijk meedoen.
Oorzaken
De zorg is nu vooral gericht op de gezondheidsklachten zelf, met weinig oog voor de oorzaken (bijvoorbeeld dubbele belasting of een arbeidsconflict) of maatschappelijke gevolgen daarvan (verzuim, studievertraging, onvermogen tot mantelzorg of vrijwilligerswerk). Juist de bedrijfsarts en arbeidsdeskundige hebben de expertise om hier wel op te letten en hierover een kundig advies te geven.
Vijftien initiatieven
Sterk naar Werk bood ruimte aan vijftien initiatieven met een verschillend karakter, verspreid over Nederland. Steeds ging het om de samenwerking tussen een bedrijfsarts of arbeidsdeskundige en een groep huisartsen, maar de opzet varieerde van gezondheidscentrum tot gezondheidscentrum. Deze initiatieven zijn grondig geëvalueerd om er van te leren. Ook de ervaringen van patiënten zijn in kaart gebracht via een vragenlijstonderzoek en interviews. In de bijlage leest u de resultaten en de verbeterpunten.
Bron: VGN

