CrossOvernieuws
Regels zitten participatie in de weg
De gedachte dat iedereen moet meedoen aan de samenleving en een plekje moet vinden op de arbeidsmarkt wint meer en meer terrein. Maar volgens Aletta Winsemius en Marjet van Houten van Movisie bestaat er in de praktijk heel veel onduidelijkheid hoe dat participatiebeleid moet worden ingevuld. Met hun boek Participatie ontward proberen ze de zaken helder te krijgen.
Maar liefst twaalf wetten telt het ‘Participatiewiel’ waarmee Movisie, kennisinstituut op het gebied van maatschappelijke ontwikkeling, duidelijkheid in de materie poogt te scheppen, en elke wet heeft een eigen uitwerking met nadere bepalingen over hoe de geïsoleerde of werkloze burger zichzelf weer staande kan houden in de maatschappij. Dat varieert van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) tot de arbeidsregelingen Wajong, Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en de Wet werk en bijstand (Wwb) die aan het einde van deze kabinetsperiode samengesmolten moeten zijn tot één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt.
Drie vormen van participatie
In Participatie Ontward onderscheiden Van Houten en Winsemius drie vormen van participatie. Ten eerste is er de maatschappelijke participatie, deelnemen aan de samenleving, meedoen in de buurt. Er is de arbeidsparticipatie, waarin het hebben van betaald werk het hoogste goed is, maar vrijwilligerswerk ook prima is als je als gedeeltelijk arbeidsongeschikte niet tot meer in staat bent. En er is de participatie van en voor kwetsbare groepen en mensen die zorg nodig hebben. Drie totaal verschillende doelen die ogenschijnlijk alleen de noemer ‘participatie’ gemeen hebben.
Rol gemeenten
De uitvoering van participatiebeleid komt meer en meer in handen van gemeenten; ook de uitvoering van de nieuwe ene regeling aan de onderkant van de arbeidsmarkt wordt naar verwachting bij de gemeenten gelegd. Die decentralisatie heeft vaak een tweeledig doel: enerzijds staan immers gemeenten het dichtst bij de burger die wellicht hulp nodig heeft, anderzijds ziet de rijksoverheid decentralisatie niet zelden als een vorm van bezuiniging.
Brede visie nodig
Een brede visie op participatie is dus nodig, zeggen Van Houten en Winsemius. Gemeenten moeten prioriteiten stellen. Regelmatig kloppen gemeenten bij Movisie aan met de vraag hoe zo’n visie te ontwikkelen. Winsemius: ‘We raden ze dan aan te kijken wat de burger nodig heeft. Als iets goed gaat, dan hoeft de overheid dat helemaal niet te sturen.’
Verwarring
‘Maar,’ zegt Van Houten, ‘we merken over het algemeen dat er heel veel verwarring is bij lokale overheden en organisaties over hoe zij dat brede participatiebeleid kunnen invullen.’ ‘Iedereen heeft er zijn eigen idee bij. En er is heel veel in ontwikkeling bij diverse regelingen. Er wordt al heel lang gekeken naar hoe de overheid minder uitkeringen kan verstrekken. De druk op de Awbz is enorm gegroeid, de Wmo is er gekomen en de ene regeling aan de onderkant van de arbeidsmarkt (Regeling werken naar vermogen, red.) komt er aan.’
Bureaucratie
Haar collega Winsemius valt haar bij: ‘Zelfs binnen het gemeentelijk apparaat hebben ambtenaren een verschillend beeld van participatie.’ Een ambtenaar die zich bezig houdt met welzijn kijkt heel anders naar participatie dan een ambtenaar die op een Werkplein burgers vanuit een WW-uitkering aan het werk helpt. Winsemius: ‘We hebben het over professionals die elkaars taal niet spreken en voor wie participatie onoverzichtelijk is. Er zijn allerlei obstakels om dan samen te werken.’ ‘Het beleid is hopeloos gebureaucratiseerd,’ bevestigt Winsemius. ‘Er wordt veel te weinig integraal gekeken naar de kern van het beleid.’
Herziening systeem
Van Houten en Winsemius pleiten voor een herziening van het systeem. Als gemeenten, die meer en meer de uitvoering van het participatiebeleid in hun takenpakket krijgen, gaan werken aan een brede participatievisie, moeten ze daarbij de mens centraal stellen. Die gedachtegang klinkt logisch, zeggen de onderzoekers, maar is de afgelopen jaren uit beeld geraakt. Van Houten: ‘Daar zijn veel redenen voor. We willen mensen steeds beter helpen. Dat klinkt heel paradoxaal als je beseft dat ze dus eigenlijk steeds minder centraal zijn komen te staan. Er is geprobeerd met allerlei producten de resultaten te sturen, maar nu blijkt dat dat belemmerend werkt.'
Gelijke behandeling
En soms vergeten professionals dat mensen zelf ook heel goed in staat zijn verbindingen te leggen tussen verschillende regelingen. De vraag is niet meer “wat heb je nodig?” maar “wat kunnen wij als organisatie bieden?” De enige legitimatie die hulpinstanties hebben, is dat ze mensen helpen. Elke hulpverlener zal zeggen dat hij er is om mensen te helpen. Maar het systeem is heel dominant in het organiseren van die hulp.’Daar komt nog bij, vult Winsemius aan, dat gelijke behandeling een steeds grotere rol speelt bij het oplossen van problemen. Uitzonderingen zijn niet meer mogelijk, en dat terwijl situaties die op elkaar lijken, vaak heel anders uitpakken.
Druk
Tegelijkertijd met de verkokering in de participatiesector zien Van Houten en Winsemius een andere tendens. De druk om te werken – arbeidsparticipatie – wordt steeds groter. In november verbaasde minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid er zich nog over dat zoveel vrouwen tevreden waren met een baan van twintig uur in plaats van veertig. En dat terwijl ze naast werk ook geacht te worden voor het gezin te zorgen en vrijwilligerswerk te doen. ‘Er wordt in Nederland steeds meer verwacht dat je meer in je omgeving doet,’ concludeert Van Houten. ‘Maar het moet wel te doen zijn voor mensen. Je kunt de hele dag door denken of je je tijd niet anders in had kunnen zetten.’
Van Houten en Winsemius
Marjet van Houten (1963) en Aletta Winsemius (1961) zijn als respectievelijk adviseur en onderzoeker verbonden aan Movisie. Onder hun redactie verscheen begin december het boek Participatie Ontward. Van Houten studeerde Algemene Sociale Wetenschappen en was onder meer directeur van de Vrijwilligerscentrale Utrecht. Sinds 1999 is ze verbonden aan Movisie. Winsemius studeerde psychologie aan de Universiteit Utrecht, is in Leiden gepromoveerd op een onderzoek naar kunstbeleid en werkt sinds 2007 bij Movisie.Movisie is een kennisinstituut op het gebied van maatschappelijke ontwikkeling. Het instituut, gevestigd in Utrecht, houdt zich bezig met thema’s als leefbaarheid, diversiteit en participatie en richt zich daarvoor op instanties die zich bezighouden met welzijn, zorg en sociale veiligheid. Voor gemeenten, vrijwilligersorganisaties, zorgaanbieders en belangengroeperingen verzorgt Movisie bijvoorbeeld adviezen, periodieken, trainingen en cursussen.
Bron: SConline

